Bramen bewaren is iets waar je eigenlijk meteen aan moet denken zodra je een bakje vers geplukte of gekochte bramen in handen hebt. Want eerlijk is eerlijk, bramen zijn prachtige vruchten, maar ze zijn ook ongelooflijk kwetsbaar. Die mooie, sappige bessen zien er verleidelijk uit, maar binnen een paar dagen kunnen ze zomaar veranderen in een kleverige, beschimmelde klont. Dat zou toch zonde zijn? Zeker als je weet dat je met een paar simpele trucjes de houdbaarheid flink kunt verlengen. Of je nu net terugkomt van een zonnige pluktocht, of gewoon een mooi bakje op de markt hebt gescoord: het loont om stil te staan bij hoe je bramen het beste kunt bewaren.
Veel mensen denken dat bramen van nature langer houdbaar zijn, omdat ze uit de natuur komen. Maar dat is helaas niet zo. In tegendeel zelfs, bramen zijn misschien wel één van de gevoeligste vruchten die je kunt vinden. Een beetje te warm? Te vochtig? Of te krap in een bakje? En voor je het weet verschijnen er witte schimmelpluisjes en kun je ze weggooien. Toch hoef je bramen niet per se direct op te eten. Met een beetje liefde en aandacht kun je ze prima bewaren. En dat hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Ik neem je graag stap voor stap mee in de wereld van bramen bewaren.
Bramen bewaren
Op kamertemperatuur
Bramen op kamertemperatuur bewaren is eigenlijk alleen een goed idee als je ze dezelfde dag nog wilt opeten. In de zomer, als het warm is, kunnen ze zelfs binnen een paar uur al zacht en papperig worden. Vooral als ze in een afgesloten bakje zitten waar vocht in blijft hangen. Dus: bramen uit het winkelbakje halen, voorzichtig spreiden op een bord of een schaal en koel wegzetten, maar liefst niet langer dan een halve dag. Heb je bramen geplukt tijdens een boswandeling? Laat ze dan ook nooit te lang in een warme rugzak zitten.
In de koelkast
De koelkast is de beste plek als je bramen een paar dagen wilt bewaren. Maar ook hier geldt: bramen houden niet van gedrang. Haal ze eerst voorzichtig uit het plastic bakje waarin je ze hebt gekocht. Leg ze losjes in een schaal of platte bak, met onderin een stukje keukenpapier om het vocht op te vangen. Als bramen te vochtig worden, gaat het snel mis. Probeer ze dus droog te houden. Was ze ook vooral nog niet! Dat kun je beter pas vlak voor gebruik doen.
In de koelkast blijven bramen zo’n twee tot drie dagen goed. Daarna worden ze vaak al zacht en ontstaan er makkelijk schimmels. Controleer ze dus elke dag even. Zie je één besje met een wit pluisje? Haal die er meteen uit. Zo geef je de rest nog een kans om goed te blijven.
Invriezen
Wil je bramen echt langer bewaren? Dan is invriezen ideaal. Gelukkig lenen bramen zich daar prima voor. Ze blijven na het invriezen niet zo stevig als vers, maar ze zijn perfect voor smoothies, gebak of jam. De truc is om ze eerst los in te vriezen. Dat doe je door ze schoon te maken (ja, nu wel wassen), goed te drogen en dan op een bakplaat of schaal naast elkaar te leggen. Zet deze zo in de vriezer. Als ze eenmaal bevroren zijn, kun je ze in een zak of bakje doen zonder dat ze aan elkaar plakken. Zo kun je makkelijk per portie bramen pakken.
In de vriezer blijven bramen zeker acht tot tien maanden goed. Vergeet niet om een datum op het zakje of bakje te zetten, dan weet je precies hoelang ze er al liggen. En ontdooien? Doe dat rustig in de koelkast of gebruik ze bevroren in een smoothie, dat geeft een heerlijke, frisse smaak.
Vacumeren
Als je écht serieus wilt zijn over bramen bewaren, dan is vacumeren een fantastische methode. Door bramen vacuüm te trekken, haal je de lucht weg en daarmee ook de grootste boosdoener voor bederf: zuurstof. Je hebt hier wel een vacuümapparaat voor nodig, maar als je dat hebt, kun je bramen echt langer bewaren, zowel in de koelkast als in de vriezer.
Let wel op: vacumeren doe je het liefst met stevige bramen. Zijn ze al zacht of beschadigd? Dan knappen ze snel tijdens het vacumeren. Je kunt bramen ook voorzichtig eerst invriezen (los, zoals hierboven beschreven) en daarna pas vacumeren. Zo behouden ze beter hun vorm. In vacuüm verpakkingen kun je ze in de vriezer makkelijk een jaar bewaren, soms zelfs langer, zonder veel kwaliteitsverlies.
Hoe herken je bedorven bramen?
Het herkennen van bedorven bramen is gelukkig niet zo moeilijk, maar het is wel belangrijk om goed te kijken. Bedorven bramen herken je vaak als eerste aan een doffe kleur of juist verkleuring. Zijn ze wat grauw of gelig? Dan zijn ze vaak niet meer zo lekker. Vervolgens zie je soms kleine witte schimmelpluisjes of dons. Dat is het teken om ze meteen weg te gooien.
Voel ook even aan de bramen. Zijn ze zacht, papperig of lekken ze sap? Dat is meestal een teken van beginnend bederf. Ruik er ook gerust even aan. Verse bramen ruiken fris en fruitig, terwijl bedorven bramen een zurige, muffe geur kunnen hebben. Liever geen risico nemen? Dan kun je beter het zekere voor het onzekere nemen en ze wegdoen.
Gooi trouwens nooit heel het bakje weg als er één besje slecht is. Haal de slechte bramen eruit en bekijk of de rest nog stevig en fris is. Zo hoef je niet alles in de afvalbak te kieperen.

Wilhelmus Hengstmengel
Auteur en kokAls kok weet Wilhelmus Hengstmengel als geen ander, lekker eten begint bij het op de juiste manier bewaren van levensmiddelen. Hij heeft inmiddels ruim 15 jaar ervaring in de keuken (dus ook met het bewaren en invriezen van onder andere groente, fruit, vlees, vis, en gerechten), en schrijft artikelen en recepten voor diverse Nederlandstalige receptensites (onder andere deze site), en enkele Duitstalige receptensites. Als oud groenteboer weet hij veel over groenten en fruit, en door het veelvuldig koken ook veel over de bereiding van vlees en vis. En natuurlijk over het langer goed houden van voedingsmiddelen. Hij heeft een passie voor het schrijven over simpele gerechten en kookmethoden. is een geboren Rotterdammer, maar vandaag de dag een echte Tiroler en Wereldburger. Bewaren en invriezen is over de hele wereld nagenoeg hetzelfde, maar toch soms net even anders.