Glühwein bewaren, het is iets waar je misschien niet meteen aan denkt als je een pannetje warme wijn op het vuur hebt staan en de geur van kaneel en kruidnagel zich door de kamer verspreidt. Maar wat als je nu een beetje te enthousiast bent geweest met de hoeveelheid? Of je hebt een fles opengetrokken op een gezellige winteravond, maar er blijft meer over dan je had verwacht. Weggooien is zonde, want glühwein is niet alleen heerlijk, het is ook vaak met zorg en liefde bereid. Gelukkig kun je glühwein prima bewaren, mits je een paar eenvoudige regels volgt. Of je nu kiest voor de koelkast, de vriezer of zelfs vacuüm, het kan allemaal. En geloof me, niets is fijner dan op een gure dag een restje glühwein tevoorschijn toveren dat nog net zo lekker smaakt als toen je het maakte.
Glühwein bewaren
In de koelkast
Laten we beginnen met de meest voor de hand liggende manier: de koelkast. Als je glühwein hebt gemaakt of een geopende fles hebt, kun je die heel goed een paar dagen bewaren in de koelkast. Zorg er wel voor dat je de drank goed afsluit. Een goed afsluitbare fles of een weckpot met rubberen ring werkt ideaal. Glühwein bevat alcohol en suiker, en dat maakt het iets minder kwetsbaar dan bijvoorbeeld vruchtensap, maar het blijft natuurlijk een product dat kan bederven.
Heb je glühwein zelf gemaakt met bijvoorbeeld rode wijn, kaneelstokjes, sinaasappelschijfjes, steranijs, kruidnagel, en wat suiker? Dan blijft dat in de koelkast zo’n drie tot vier dagen goed. Zet het liefst meteen na het afkoelen in de koelkast. Laat het niet urenlang op het aanrecht staan, want dan kan het gaan gisten of zuur worden. Opwarmen doe je altijd rustig, op laag vuur, zonder het te laten koken. Als je glühwein laat koken, verdampt de alcohol en verliest het veel van zijn karakteristieke smaak.
Invriezen
Ja, je leest het goed: je kunt glühwein invriezen! Het klinkt misschien vreemd, maar het werkt prima. Zeker als je wat grotere hoeveelheden hebt overgehouden, is invriezen een uitkomst. Kies wel voor een stevige diepvriesbak of, nog handiger, verdeel de glühwein in kleinere porties. Dat kan bijvoorbeeld in ijsblokjesvormpjes of kleine diepvrieszakjes. Zo kun je later eenvoudig een portie ontdooien en opwarmen zonder dat je meteen een hele liter hoeft te gebruiken.
Let op: glühwein bevat alcohol, en alcohol bevriest pas bij een veel lagere temperatuur dan water. Dat betekent dat de drank in een normale diepvriezer niet keihard zal bevriezen, maar eerder stroperig of half bevroren wordt. Dat is niet erg, want de smaak blijft behouden. Zorg er wel voor dat je de glühwein volledig laat afkoelen voor je hem invriest. En laat voldoende ruimte over in de verpakking, want er kan toch wat uitzetting zijn tijdens het invriezen.
Ontdooien doe je rustig, het liefst in de koelkast of op kamertemperatuur. Vervolgens warm je het weer op zoals altijd: langzaam, en zonder te koken. De smaak kan iets milder zijn dan versgemaakte glühwein, maar met een extra schijfje sinaasappel of een kneepje honing fris je het zo weer op.
Vacumeren
Voor wie het serieus aanpakt in de keuken: vacumeren is een uitstekende manier om glühwein langer houdbaar te maken zonder in te vriezen. Vooral handig als je de drank op kamertemperatuur een tijdje wilt bewaren of als je grotere hoeveelheden vooraf maakt voor een evenement of kerstmarkt.
Gebruik een goede vacumeermachine en stevige zakken die geschikt zijn voor vloeistoffen. Een handige truc is om de glühwein eerst licht aan te vriezen (bijvoorbeeld tot hij net begint te stollen), en dán pas te vacumeren. Zo voorkom je dat de vloeistof opgezogen wordt door het apparaat. Eenmaal gevacumeerd kun je het gekoeld bewaren, of invriezen voor extra lange houdbaarheid.
Gevacumeerde glühwein blijft in de koelkast makkelijk een week of twee goed, en in de vriezer zelfs enkele maanden. Ideaal voor wie van tevoren wil plannen, of gewoon altijd een voorraadje warme wintergezelligheid achter de hand wil hebben.
Hoe herken je bedorven glühwein?
En dan de hamvraag: hoe weet je of glühwein niet meer goed is? Gelukkig zijn er duidelijke signalen. Ten eerste: de geur. Glühwein hoort kruidig, warm en uitnodigend te ruiken. Als je ineens een zure of gistachtige geur waarneemt, of het ruikt een beetje naar azijn, dan is dat geen goed teken. Ook als de geur zwak of muf is geworden, kun je beter het zekere voor het onzekere nemen.
Ten tweede: de smaak. Glühwein die bedorven is, smaakt wrang, zuur of vreemd. Niet een beetje anders, maar echt onaangenaam. Proef bij twijfel altijd een klein slokje, en vertrouw op je gevoel.
Visuele controle kan ook helpen. Zie je drijvende stukjes die er niet in thuishoren, zoals vlokken, schimmel of troebelheid die er eerder niet was? Dan is het helaas tijd om afscheid te nemen van je glühwein. Gooi het gewoon weg, gezondheid gaat voor alles.

Wilhelmus Hengstmengel
Auteur en kokAls kok weet Wilhelmus Hengstmengel als geen ander, lekker eten begint bij het op de juiste manier bewaren van levensmiddelen. Hij heeft inmiddels ruim 15 jaar ervaring in de keuken (dus ook met het bewaren en invriezen van onder andere groente, fruit, vlees, vis, en gerechten), en schrijft artikelen en recepten voor diverse Nederlandstalige receptensites (onder andere deze site), en enkele Duitstalige receptensites. Als oud groenteboer weet hij veel over groenten en fruit, en door het veelvuldig koken ook veel over de bereiding van vlees en vis. En natuurlijk over het langer goed houden van voedingsmiddelen. Hij heeft een passie voor het schrijven over simpele gerechten en kookmethoden. is een geboren Rotterdammer, maar vandaag de dag een echte Tiroler en Wereldburger. Bewaren en invriezen is over de hele wereld nagenoeg hetzelfde, maar toch soms net even anders.